De rekening- en verantwoording: jouw cliënt tekent voor akkoord, tenzij…

Dat de bewindvoerder periodiek verantwoording moet afleggen is niet nieuw. De vraag die steeds vaker wordt gesteld: wie tekent nu de R&V? De bewindvoerder, de cliënt, of beide? In dit artikel geven we antwoord op die vraag.

Geplaatst op: 07-09-2020
ondertekenen rekening en verantwoording

De rekening- en verantwoording: jouw cliënt tekent voor akkoord, tenzij…

Dat de bewindvoerder periodiek verantwoording moet afleggen is niet nieuw. Deze uit de wet voortvloeiende verplichting (vgl. art. 1:445 BW) stamt immers al uit de jaren ’80 en geldt voor zowel professionele als familiebeschermingsbewindvoerders.

Door het afleggen van de rekening en verantwoording (hierna: R&V) is de kantonrechter in staat om toezicht te houden op de bewindvoerder. Dit toezicht betreft vooral de naleving van het voorschrift dat de bewindvoerder voor iedere rechthebbende een rekening bij de bank opent en aanhoudt, de toelaatbaarheid van uitgaven ten laste van het vermogen van de rechthebbende en voorts het toetsen van de periodieke rekening en verantwoording van de bewindvoerder.

De vraag die steeds vaker wordt gesteld: wie tekent nu de R&V? En wanneer?

Afleggen aan of ten overstaan van de kantonrechter?

De R&V kan worden afgelegd aan de kantonrechter, maar ook ten overstaan van de kantonrechter. Het uitgangspunt is hierbij dat de bewindvoerder de rekening en verantwoording aflegt ten overstaan van de kantonrechter waarbij uitgegaan wordt van de situatie dat rechthebbende wél in staat is om de R&V te begrijpen en te beoordelen. Indien rechthebbende in staat is om de R&V te begrijpen en te beoordelen, dan moet deze dus worden afgelegd aan, besproken met, en getekend door de rechthebbende. Dit alles dus ten overstaan van de kantonrechter welke een door de bewindvoerder(s) en rechthebbende getekende R&V ontvangt. Wanneer de R&V ten overstaan van de kantonrechter wordt afgelegd dan oefent de kantonrechter marginaal toezicht uit. Weigert rechthebbende om de R&V te tekenen? Dan kan dit voor de kantonrechter aanleiding zijn om hiernaar een onderzoek te starten.

Bij uitzondering - dus indien rechthebbende niet in staat is om de R&V te begrijpen te beoordelen - dan kan worden volstaan met het afleggen van R&V aan de kantonrechter. De R&V kan rechtstreeks aan de kantonrechter worden toegezonden en de kantonrechter controleert dan de rekening zoals die aan hem is voorgelegd. Hoewel in deze situatie uit kan worden gegaan dat rechthebbende niet in staat is om de R&V te begrijpen en te beoordelen, ontslaat dit de bewindvoerder niet om deze met rechthebbende te bespreken. Bespreking van de R&V is dan ook het uitgangspunt en mag alleen achterwege worden gelaten als bespreking geen enkele zin heeft.

Wie beoordeelt of rechthebbende in staat is om de R&V te begrijpen en beoordelen?

De kantonrechter vergewist zich bij de instelling van het bewind of rechthebbende in staat is om de R&V te begrijpen en te beoordelen (en of deze in staat wordt geacht om bepaalde beschikkingshandelingen ex art. 1:441 te verrichten). Indien dit het geval is, dan kan dit worden vermeld in de beschikking.

Mocht de kantonrechter hebben vastgesteld dat rechthebbende wel in staat is om de R&V te begrijpen, maar is rechthebbende dat nu niet meer? Dan is het aan de bewindvoerder om dit gemotiveerd aan de kantonrechter mee te delen.

Hoe zit dat met de eindrekening- en verantwoording?

Bij de opheffing van het bewind dient de bewindvoerder dezelfde procedure te volgen als bij de jaarlijkse aflegging van de R&V. Hoe de aflegging van de R&V na het overlijden van betrokkene moet plaatsvinden, leggen we uit in een apart artikel.

LEES VERDER

Neem direct contact met ons op!

Vraag informatie op

Contactformulier

Stuur ons een e-mail

info@piekoo.nl

Bel ons op

030-7210005

Kom bij ons langs

Arkansasdreef 32C
3565 AR Utrecht