De vereenvoudigde beslagvrije voet treedt nu écht in werking

Al in 2017 werd het wetsvoorstel “Wet vereenvoudiging beslagvrije voet” als hamerstuk aangenomen en nu is het zover: vanaf 1 januari 2021 treedt de wet in. Doel van de wet is het vereenvoudigen van de regels voor de beslagvrije voet. Dit is het deel van het inkomen waar de deurwaarder geen beslag op mag leggen. In dit artikel leggen wij uit wat er precies wijzigt.

Geplaatst op: 15-12-2020
Vereenvoudigde beslagvrije voet

Vereenvoudigde vaststelling van de beslagvrije voet

Bij de huidige vaststelling van de beslagvrije voet wordt uitgegaan van 90% van de bijstandsnorm die wordt verhoogd met de premie van de ziektekostenverzekering, de woonkosten en het verschil tussen de maximale hoogte van het kindgebonden budget en het daadwerkelijk ontvangen kindgebonden budget. Daarbij is de deurwaarder bij de berekening van de beslagvrije voet bijna volledig afhankelijk van de debiteur. Die laatste is immers verantwoordelijk voor het aanleveren van gegevens die benodigd zijn bij de berekening of aanpassing ervan. Het gevolg van deze afhankelijkheid is dat in veel gevallen de beslagvrije voet te laag wordt vastgesteld.

In het nieuwe systeem wordt de beslagvrije voet door de deurwaarder vastgesteld aan de hand van informatie uit de BRP en de UWV polisadministratie. Met deze data wordt vervolgens via een wettelijk vastgelegde rekenformule de basis beslagvrije voet op uniforme wijze berekend. Zo is de deurwaarder zo weinig als mogelijk afhankelijk van de debiteur waar het gaat om de vaststelling van de beslagvrije voet.

Na vaststelling ontvangt de debiteur enkel nog een “modelmededeling”. Dit is een vooraf ingevuld formulier waarmee de debiteur kan controleren en eventuele ontbrekende gegevens (zoals lopende beslagen en verrekeningen) kan aanvullen. De modelmededeling wordt altijd begeleid door een brief met informatie over de rechten en mogelijkheden van de debiteur.

Minimaal 5% aflossen

In het huidige (of oude) systeem kon het voorkomen dat het inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Het resultaat hiervan is dat er dan geen (of een negatieve) afloscapaciteit is. In het huidige systeem wordt de afloscapaciteit berekend aan de hand van de hoogte van het inkomen, die wordt opgevraagd bij de centrale polisadministratie. Los van de hoogte van het inkomen, is 95% van de toepasselijke bijstandsnorm de basis. Daarnaast wordt -afhankelijk van het inkomen van de schuldenaar- een compensatiekop gehanteerd: een vast bedrag ter compensatie van het niet ontvangen van huur- en zorgtoeslag en eventueel kinderopvangtoeslag. De compenstatiekop wordt opgeteld het percentage van 95% van de bijstandsnorm en vormt samen de nieuwe beslagvrije voet. Nieuw is dat in de beslagvrije voet dus altijd ruimte is voor een aflossing van minimaal 5%.

Alleen bij bijzondere omstandigheden (zoals bijvoorbeeld hoge woonlasten) kan de beslagvrije voet nog worden verhoogd (of verlaagd). Deze aanpassing van de beslagvrije voet is bovendien alleen tijdelijk mogelijk. Voor dak- en thuislozen is nu ook een beslagvrije voet van toepassing: voor hen gaat een beslagvrije voet gelden van 47,5% van de bijstandsnorm voor echtparen.

Beslagvolgorde

Niet alleen de vaststelling en de hoogte van de beslagvrije voet veranderen. Ook komt er een vaste beslagvolgorde. Deze heeft tot doel dat beslagleggingen zoveel mogelijk op dezelfde inkomstenbron worden gelegd om zodoende overzicht en afstemming te garanderen. Zo wordt eerst beslag gelegd op inkomsten op grond van de participatiewet (bijstandsuitkering) en vervolgens op andere uitkeringen. Daarna volgt het beslag op loon, pensioen, belastingteruggave of alimentatie. Een beslag in strijd met de volgorde regeling is vernietigbaar.

Coördinerende deurwaarder

Ten slotte komt er een coördinerende deurwaarder (CDW). Deze krijgt drie belangrijke taken: bij een samenloop van verschillende beslagen op één inkomstenbron is de CDW het aanspreekpunt voor de debiteur. Zo weet de debiteur waar hij moet zijn als het gaat om informatie over het beslag en de hoogte of aanpassing van de beslagvrije voet. De CDW stelt ook de beslagvrije voet vast en berekent deze op verzoek van de debiteur of tenminste 1 maal per jaar opnieuw. Ten slotte coördineert de CDW de inning en de eventuele verdeling van de afdracht.

Tijdelijk twee verschillende berekeningen

In 2021 kunnen debiteuren te maken krijgen met zowel een beslagvrije voet op basis van oude regelgeving als de nieuwe op basis van de wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Dit komt omdat op basis van de nieuwe wet alle beslagen van voor 1 januari 2021 binnen 12 maanden herberekend moeten worden. Debiteuren met lopende beslagen zullen dan ook nog vaak met een beslagvrije voet op basis van de oude regelgeving te maken hebben. Debiteuren hebben (zowel onder het huidige, als in het nieuwe regime) echter altijd het recht heb om de beslagleggende partij te benaderen voor een herberekening (en dus om toepassing verzoeken van de nieuwe toepassing van de beslagvrije voet). De rekentool voor het berekenen van de beslagvrije voet komt begin 2021 beschikbaar op www.uwbeslagvrijevoet.nl.

LEES VERDER

Neem direct contact met ons op!

Vraag informatie op

Contactformulier

Stuur ons een e-mail

info@piekoo.nl

Bel ons op

030-7210005

Kom bij ons langs

Arkansasdreef 32C
3565 AR Utrecht